Herdenken met Oma Pollak


Het Nationaal Monument op de Dam op televisie. De Taptoe klinkt. Twee minuten stilte. Scoutingkinderen helpen bij de kranslegging. Even later een kort beeld van de herdenking op de Waalsdorpervlakte, op de andere zender.

Zo herdachten wij op 4 mei in mijn jeugd. En zo herdenk ik nog steeds – nu met mijn eigen gezin.

Toch had 4 mei vroeger een extra lading.

Na afloop van de herdenking ging mijn moeder naar de studeerkamer om te bellen met oma Pollak.

Oma Pollak was niet mijn echte oma. Ze was de buurvrouw van mijn ouders toen zij, net getrouwd, in een flat in Tilburg kwamen wonen. Ze had geen kinderen en was jong weduwe geworden.

Ze adopteerden elkaar – mijn ouders en mevrouw Pollak. Ik weet niet anders dan dat oma Pollak bij ons gezin hoorde. Dat was gewoon zo.

Oma Pollak was Joods. Samen met haar man overleefde ze de oorlog. Twee jaar zaten ze ondergedoken, op een adres in Tilburg. In een kast.

Haar ouders en broer moest ze bij het uitbreken van de oorlog achterlaten in Brno, in Tsjechiƫ. Ze heeft hen nooit meer teruggezien. Ze zijn vermoord in Auschwitz.

Vier mei was voor mijn oma een moeilijke dag. Een dag waarop er geen ontkomen was aan haar verdriet. Mijn moeder belde haar dan om er even voor haar te zijn.

Het maakte de dag iets draaglijker.